Logo Rijksoverheid - Ministerie van Financiën

Rijksbegrotingsvoorschriften 2017

3.54 - Memorie van toelichting

Model:

Memorie van toelichting (Slotwet)

MEMORIE VAN TOELICHTING

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 3

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 20.. wijzigingen aan te brengen in:

  1. de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van …… ;

  2. de begrotingsstaat inzake de agentschappen van dit ministerie;

  3. de begrotingsstaat van het begrotingsfonds…….

 

 

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze Memorie van Toelichting toegelicht.

 

De Minister van ……….

(ondertekening)

 

B. ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN (SLOTWETMUTATIES)

Toelichting

  1. Een inhoudsopgave wordt opgenomen als de omvang van de memorie daar aanleiding toe geeft. In dat geval geeft de inhoudsopgave een compleet beeld van de onderdelen van de memorie van toelichting.

  2. Bij een wijzigingswetsvoorstel wordt geen algemene toelichting opgenomen. De toelichting bij de slotwetmutaties in de begroting(sstaat) wordt opgenomen in onderdeel B van de memorie van toelichting (de begrotingstoelichting).

  3. De toelichting bij de wetsartikelen 1 en 3 (zie model 3.50) kan kort worden gehouden. Volstaan kan worden met de opgenomen standaardtekst.

  4. Wetsartikel 4: Het (standaard-)wetsartikel inzake de euro als waarde-eenheid van de begroting (zie model 3.50) behoeft geen toelichting.

  5. Wetsartikel 5: In geval er in het wetsvoorstel (zie model 3.50) een specifiek wetsartikel wordt opgenomen - los van de wetsartikelen die zijn voorgeschreven in de Rijksbegrotings- en verantwoordingsvoorschriften - dient dat wetsartikel te worden toegelicht.

  6. Wetsartikel 6 (zie model 3.50) behoeft geen toelichting.

  7. De minister ondertekent de memorie van toelichting na onderdeel A., dus na de toelichting bij de wetsartikelen (en niet na de toelichting bij de begrotingsartikelen).

  8. Aan de slotwetmutaties wordt in de toelichting bij de slotwet afzonderlijk aandacht besteed. Gelet op het karakter van de slotwet kunnen een overzichtstabel, per beleidsartikel een tabel 'Budgettaire gevolgen van beleid' en een verdiepingshoofdstuk achterwege blijven. Ook de presentatie van een meerjarige doorwerking in de begrotingstoelichting is niet zinvol.

  9. De beleidsmatige mutaties en technische mutaties groter of gelijk aan de ondergrenzen in onderstaande staffel worden op het niveau van de financiële instrumenten (en eventueel artikelonderdeel) toegelicht. Daarbij wordt de aard en de oorzaak van de mutatie aangegeven, waarbij zoveel mogelijk met PxQ gegevens wordt onderbouwd.

  10. De Slotwet bevat in beginsel geen beleidsmatige mutaties die tot een overschrijding van het goedgekeurde verplichtingen- en/of uitgavenbudget op begrotingsartikelniveau hebben geleid. Voor beleidsmatige mutaties is namelijk autorisatie vooraf noodzakelijk, indien een beleidsmatige mutatie leidt tot overschrijding van de door de beide Kamers goedgekeurde budgetten op begrotingsartikelniveau. De in de Slotwet opgenomen mutaties betreffen in beginsel slechts mutaties van boekhoudkundige aard, dan wel technische uitvoeringsmutaties, die al dan niet naar aanleiding van controlebevindingen doorgevoerd moeten worden. Autorisatie hiervan na afloop van een jaar (machtiging achteraf) is minder bezwaarlijk te achten. De Slotwet is uitsluitend bedoeld om laatstbedoelde mutaties te verwerken, zodanig dat per begrotingsartikel de raming aan de realisatie gelijk wordt gesteld. In dit verband valt te denken aan:

    • verlaging van het begrotingsbedrag om dat bedrag gelijk aan de realisatie te maken;

    • mutaties uit hoofde van loon- en prijsbijstelling aangebracht conform de uitgangspunten die de Minister van Financiën hanteert bij de toedeling;

    • desalderingen, die nodig zijn omdat ontvangsten niet in mindering van bezwaar mogen worden geboekt op de uitgaven;

    • overboekingen tussen artikelen of tussen begrotingen die voortvloeien uit een tijdens debegrotingsuitvoering gebleken noodzaak om verplichtingen en/of uitgaven elders te verantwoorden dan waar deze oorspronkelijk begroot waren bij gelijkblijvende beleidsuitgangspunten;

    • mineure kasverschuivingen die het gevolg zijn van een ander betalingstempo van lopende verplichtingen dan eerder geraamd;

    • de mutaties die het gevolg zijn van de controlebevindingen van de betrokken controle-instanties.

     
 
Omvang begrotingsartikel
(stand ontwerpbegroting)
in € miljoen
Beleidsmatige mutaties
(ondergrens in € miljoen)
Technische mutaties
(ondergrens in € miljoen)
< 50 1 2
=> 50 en < 200 2 4
=> 200 < 1000 5 10
=> 1000 10 20

Mochten er, nadat de 2e suppletoire begroting samenhangende met de Najaarsnota bij de Tweede Kamer en de Eerste Kamer is ingediend, nog beleidsmatige mutaties optreden die tot een overschrijding van het goedgekeurde verplichtingen- en/of uitgavenbudget op begrotingsartikelniveau hebben geleid, dan dienen die mutaties zo spoedig mogelijk bij Nota van wijziging in de 2e suppletoire begroting te worden verwerkt. Mocht dat, gelet op de stand van de behandeling door de Tweede Kamer van die suppletoire begroting, niet meer mogelijk zijn, dan dienen die beleidsmatige uitgaven- en verplichtingenmutaties zo spoedig mogelijk (maar uiterlijk voor het kerstreces, zie tijdschema) schriftelijk door de betrokken minister aan de Tweede Kamer en de Eerste Kamer te worden gemeld. In die brief wordt aangegeven dat deze beleidsmatige wijzigingen in de Slotwet worden verwerkt. Indien er na december nog mutaties optreden met betrekking tot het verplichtingenbudget, dan kunnen deze verplichtingenmutaties tot uiterlijk eind februari (zie tijdschema) per brief aan de Tweede en Eerste Kamer worden gemeld.

In de begrotingstoelichting bij de Slotwet wordt afzonderlijk aandacht aan deze beleidsmatige mutaties besteed en wordt verwezen naar de eerder aan de Tweede Kamer en de Eerste Kamer gezonden brief.

Indien deze beleidsmatige mutaties niet aan de Tweede en Eerste Kamer worden gemeld, dan wordt die verplichting of uitgave aangemerkt als onrechtmatig. Indien dit tevens leidt tot overschrijding van een rapporteringstolerantie dan dient de minister daarover te rapporteren in de bedrijfsvoeringsparagraaf van het departementale jaarverslag van het betreffende begrotingsjaar.

Bovenstaande laat onverlet dat vanuit perspectief van informatievoorziening van de betreffende minister aan het parlement ook majeure of politieke relevante wijzigingen na Najaarsnota binnen het artikelniveau aan de beide Kamers dienen te worden gemeld. Deze dienen dan meegenomen te worden in de veegbrief als afzonderlijke categorie “informatievoorziening over andere relevante wijzigingen”. Dergelijke wijzigingen zijn niet van invloed op de rechtmatigheid van de bijbehorende verplichting of uitgave.

NB. Voor de niet-departementale begrotingen wordt voor de teksten voortgebouwd op de modellen van de begrotingen (zie modellen onder Begroting)