Logo Rijksoverheid - Ministerie van Financiën

Rijksbegrotingsvoorschriften 2013

Additioneel aan te leveren informatie aan Financiën.

Bij de ontwerpbegroting aan te leveren begrotingsinformatie

Functionele en economische coderingen

Via RIS/IBOS en conform de huidige specificaties wordt informatie over de economische en functionele coderingen aan Financiën/RHB geleverd. De coderingen worden op (sub)artikelonderdeel (of het laagst mogelijk niveau) aangeleverd. De aanleverdatum is vermeld in het tijdschema.

Loon- en prijscodering (LPO)

Financiën/IRF deelt in september per brief informatie mee omtrent de toetsing van de loon- en prijscodering (LPO) en extrapolatie. Voor een uitgebreide toelichting op de loon- en prijscodes kan R07 in HAFIR worden geraadpleegd. Via RIS/IBOS worden de codering voor loon- en prijsgevoeligheden van begrotingsartikelen en de extrapolatiestanden, eind oktober aangeleverd aan Financiën/Inspectie der Rijksfinancien. Daarbij wordt de aangeleverde codering begeleid van een toelichting. De coderingen worden op artikelonderdeelniveau aangeleverd. In deze toelichting wordt ten minste aangegeven:

  1. wat de reden is van verschuivingen tussen loon, prijs en ongevoelig gecodeerde delen binnen de artikelonderdelen;

  2. wat de reden is achter een verandering van het aandeel van ongevoelig gecodeerde uitgaven in het totaal van de begroting;

  3. hoe geparkeerde taakstellingen verwerkt zijn in de codering;

  4. binnen welke artikelen, voor welke omvang en hoe agentschapsbijdragen zijn gecodeerd;

  5. in geval van zero-base toets: onderbouwing op het laagst mogelijke niveau,door middel van een p*q-benadering.

 

Het tijdschema laat zien op welke momenten deze informatie geleverd dient te worden.

Extrapolatie

Financiën/IRF deelt in september per brief informatie mee omtrent de toetsing van de loon- en prijscodering en extrapolatie. Via RIS/IBOS worden de codering voor loon- en prijsgevoeligheden van begrotingsartikelen en de extrapolatiestanden, eind oktober aangeleverd aan Financiën/Inspectie der Rijksfinancien. Voor het extrapoleren van de meerjarencijfers (eerstvolgend extrapolatiejaar t+5) gelden de volgende uitgangspunten:

  1. bij de ramingen wordt rekening gehouden met bestaande wettelijke regelingen;

  2. het extrapolatiejaar voor de departementale begrotingen en fondsen wordt beleidsarm geëxtrapoleerd. De demografische ontwikkeling is bepalend voor het beleidsarm extrapoleren. In alle gevallen moet het gaan om aan te gane verplichtingen en daaruit voortvloeiende uitgaven op grond van de voortzetting van bestaand of ongewijzigd beleid, of om uitgaven die door expliciete besluiten van de minister van Financiën of het kabinet zijn geaccordeerd. Indien bestaand beleid niet noodzakelijkerwijze impliceert dat nieuwe verplichtingen worden aangegaan (bijvoorbeeld bij projecten of nieuwe investeringen), dient te worden verondersteld dat geen nieuwe verplichtingen worden aangegaan, tenzij is besloten om het beleid te continueren;

  3. voor de economische groei wordt aangesloten bij de gemiddelde ontwikkeling uit de kabinetsperiode zoals verondersteld is bij het opstellen van de uitgavenkaders;

  4. het extrapolatiejaar wordt kwantitatief (met prestatiegegevens) onderbouwd. Wanneer geen expliciete andersluidende afspraken bestaan dient het volume en de prijs die ten grondslag liggen aan de ramingen, constant gehouden te worden;

  5. het extrapolatiejaar wordt ook kwalitatief (welke programma’s, projecten, bijdragen ect.) onderbouwd;

  6. de ramingen dienen te zijn gebaseerd op het in ongewijzigd tempo realiseren van meerjarige projecten;

  7. wanneer reeds is afgesproken dat instrumenten een afloop kennen, dient deze afloop tot uiting te komen in de extrapolatie.

 

Het tijdschema laat zien op welke momenten deze informatie geleverd dient te worden.

Gegevens over garanties

Voor het opstellen van de Staatsbalans in de Miljoenennota dient inzage te worden gegeven in het totaal aan uitstaande garanties. Het tijdschema laat zien op welke momenten deze informatie via IBOS aangeleverd moet zijn.

Kasstroomoverzicht

Per agentschap wordt een kasstroomoverzicht bij de Rijkshoofdboekhouding ingediend. Dit wordt opgesteld ten behoeve van de presentatie in de Miljoenennota en het Financieel Jaarverslag Rijk van de totale rijksuitgaven en de totale niet-belastingontvangsten van het Rijk.

Het indienen vindt plaats door middel van een vast digitaal format dat in augustus (MN) ingeleverd moet worden (zie tijdschema). Op basis van het kasstroomoverzicht wordt het consolidatiesaldo bepaald. Dit consolidatiesaldo wordt, in aanvulling op de uitgaven van de departementen, meegeteld in de berekening van het EMU-saldo.

Bij het departementale jaarverslag additioneel aan Financiën aan te leveren verantwoordingsinformatie

Staatsbalans

De staatsbalans wordt opgesteld op grond van de Comptabiliteitswet. De methode van het Europees stelsel van nationale en regionale rekeningen 95) vormt de grondslag voor de opstelling van de Staatsbalans. Basis voor de Staatsbalans vormen de saldibalansen van de ministeries, de begrotingsfondsen en de agentschappen.

Gegevens over garanties

Voor het opstellen van de Staatsbalans in het Financieel Jaarverslag van het Rijk dient inzage te worden gegeven in het totaal aan uitstaande garanties. Het tijdschema laat zien op welke momenten deze informatie via IBOS aangeleverd moet zijn.

Agentschappen

De paragraaf Agentschappen in de departementale jaarverslagen bestaat uit een selectie van de uitgebreidere interne jaarrekeningen van de agentschappen. Deze interne jaarrekeningen worden tegelijk met de departementale jaarverslagen afzonderlijk aangeleverd bij het Ministerie van Financiën. De interne jaarrekeningen worden gebruikt bij de toetsing van de departementale jaarverslagen.

De jaarrekeningen van de agentschappen maken deel uit van het interne verkeer tussen Financiën en de departementen en worden dus niet doorgestuurd naar de Algemene Rekenkamer en de Staten-Generaal. De jaarrekening mag worden voorzien van een aparte controleverklaring (accountantsverklaring) maar dat is niet verplicht. De Auditdienst Rijk controleert de verantwoording van een agentschap als onderdeel van de jaarrekening van het departement als geheel.

De Regeling Agentschappen schrijft voor op welke manier de agentschappen de interne jaarrekeningen moeten opstellen.

Kasstroomoverzicht

Per agentschap wordt een kasstroomoverzicht bij de Rijkshoofdboekhouding ingediend. Dit wordt opgesteld ten behoeve van de presentatie in het Financieel Jaarverslag Rijk van de totale rijksuitgaven en de totale niet-belastingontvangsten van het Rijk.

Het indienen vindt plaats door middel van een vast digitaal format dat in maart (FJR) ingeleverd moet worden (zie tijdschema). Op basis van het kasstroomoverzicht wordt het consolidatiesaldo bepaald. Dit consolidatiesaldo wordt, in aanvulling op de uitgaven van de departementen, meegeteld in de berekening van het EMU-saldo.

Extra-comptabele informatie

Naast de gegevens uit de saldibalansen wordt aan departementen jaarlijks aanvullende informatie gevraagd, die in het algemeen betrekking heeft op (onderdelen) van de extra-comptabele administraties (al dan niet decentraal bijgehouden) en van de extra-comptabele schulden. Specifiek is informatie gewenst over de (samenstelling van de) materiële activa en over de samenstelling van het totaal van de extracomptabele vorderingen en van de extra-comptabele schulden. Deze gegevens dienen uiterlijk 14 maart van het jaar volgend op het begrotingsjaar bij het Ministerie van Financiën aangeleverd te worden aan de hand van een digitaal format, dat in december daaraan voorafgaand door het Ministerie van Financiën beschikbaar zal worden gesteld.

De ministeries die vorderingen en verplichtingen uit hoofde van langlopende projecten hebben (Ministerie van Defensie en Ministerie van Infrastructuur en Milieu) dienen ook over deze projecten via het digitale format aanvullende informatie te verstrekken (bz.rhb@minfin.nl).