Logo Rijksoverheid - Ministerie van Financiën

Rijksbegrotingsvoorschriften 2013

Toelichting bij de beleidsartikelen

Relevant CW-artikel:

Artikel 5

Bepalingen

  1. Een beleidsartikel wordt opgesteld conform de voorgeschreven modellen (model 1.33, model 1.33f).

  2. Een beleidsartikel bevat geen apparaatsuitgaven.

  3. Voor Grote Uitvoerende Diensten, die geen agentschap of ZBO zijn, kan een apart beleidsartikel worden opgesteld met instemming van Financiën (conform model 1.33f).

  4. Op grond van CW artikel 5, derde lid onder c, moet in de begroting per beleidsartikel informatie worden opgenomen over de budgetflexibiliteit.

  5. Op grond van de Algemene Wet Bestuursrecht moet in het algemeen voor subsidieverlening een wettelijke grondslag bestaan. Eén van de uitzonderingen hierop vormen subsidies waarvan zowel de subsidieontvanger als het maximale bedrag in de begroting worden vermeld. De begroting vormt dan de wettelijke grondslag.

  6. Bij inzet van belastinguitgaven als instrument van beleid moeten het gebruik, de effecten en de budgettaire consequenties bij het beleidsartikel worden vermeld.

  7. De niet-financiële informatie in de begroting (en het jaarverslag) dient deugdelijk tot stand te komen (art. 58, eerste lid onder c, Comptabiliteitswet). Er is sprake van deugdelijke totstandkoming als het proces van totstandkoming ordelijk en controleerbaar verloopt. Dat wil zeggen dat: de verantwoordelijkheden en bevoegdheden goed in het proces zijn belegd en dat het proces achteraf reconstrueerbaar is. Ordelijk, controleerbaar en deugdelijk betekenen voorts dat de informatie die als uitkomst van het proces wordt opgeleverd op volledige en juiste wijze wordt opgenomen en dat bij alle externe beleidsinformatie in de begroting (en het jaarverslag) duidelijk de informatiebron wordt aangegeven. De beleidsinformatie is niet strijdig met de financiële informatie in de begroting of het jaarverslag. Let wel: deze eisen gelden voor de documenten die onder de Rijksbegrotingsvoorschriften gelden (de begrotingen en jaarverslagen).
    Daarnaast kunnen over de kwaliteitseisen afspraken met de Kamer worden gemaakt, bijvoorbeeld tijdens de begrotingsbehandeling of een start Algemeen Overleg (Brief van de Minister van Financiën van 9 maart 2005 (29949/29950, nr.5).

  8. Een meerjarige begrotingsreserve wordt niet in een ontwerpbegroting opgenomen, dan nadat daarover met het Ministerie van Financiën volledig overeenstemming is bereikt. De CW 2001 biedt in beperkte mate de mogelijkheid tot het aanhouden van een zogenaamde begrotingsreserve. Voor het aanhouden van een reserve is de toestemming van de Minister van Financiën nodig. Voor het verlenen van toestemming toetst het Ministerie van Financiën aan de criteria die in de memorie van toelichting bij (artikel 5, vijfde lid) in de Zevende wijziging van de Comptabiliteitswet (Stb. 2001, 240; kamerstukken II, 26.974) zijn opgenomen.