Logo Rijksoverheid - Ministerie van Financiën

Rijksbegrotingsvoorschriften 2013

3.54 - Memorie van toelichting

Model:

MEMORIE VAN TOELICHTING

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 3

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 20.. wijzigingen aan te brengen in:

  1. de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van …… ;

  2. de begrotingsstaat inzake de baten-lastendiensten van dit ministerie;

  3. de begrotingsstaat van het begrotingsfonds…….

 

 

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze Memorie van Toelichting toegelicht.

 

De Minister van ……….

(ondertekening)

 

B. ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN (SLOTWETMUTATIES)

Toelichting

  1. Een inhoudsopgave wordt opgenomen als de omvang van de memorie daar aanleiding toe geeft. In dat geval geeft de inhoudsopgave een compleet beeld van de onderdelen van de memorie van toelichting.

  2. Bij een wijzigingswetsvoorstel wordt geen algemene toelichting opgenomen. De toelichting bij de slotwetmutaties in de begroting(sstaat) wordt opgenomen in onderdeel B van de memorie van toelichting (de begrotingstoelichting).

  3. De toelichting bij de wetsartikelen 1 en 3 (zie model 3.50) kan kort worden gehouden. Volstaan kan worden met de opgenomen standaardtekst.

  4. Wetsartikel 4: Het (standaard-)wetsartikel inzake de euro als waarde-eenheid van de begroting (zie model 3.50) behoeft geen toelichting.

  5. Wetsartikel 5: In geval er in het wetsvoorstel (zie model 3.50) een specifiek wetsartikel wordt opgenomen - los van de wetsartikelen die zijn voorgeschreven in de Rijksbegrotings- en verantwoordingsvoorschriften - dient dat wetsartikel te worden toegelicht.

  6. Wetsartikel 6 (zie model 3.50) behoeft geen toelichting.

  7. De minister ondertekent de memorie van toelichting na onderdeel A., dus na de toelichting bij de wetsartikelen (en niet na de toelichting bij de begrotingsartikelen).

  8. Aan technische mutaties, die naar hun aard of omvang relevant zijn, wordt in de toelichting bij de Slotwet afzonderlijk aandacht besteed. Gelet op het karakter van de Slotwet kunnen een overzichtstabel, per beleidsartikel een tabel 'Budgettaire gevolgen van beleid' en een verdiepingshoofdstuk achterwege blijven. Ook de presentatie van een meerjarige doorwerking in de begrotingstoelichting is niet zinvol.

  9. In onderdeel B. wordt aangegeven welke norm (absoluut en/of relatief) is gehanteerd voor het opnemen van toelichting bij de slotwetmutaties.

  10. De Slotwet bevat geen beleidsmatige mutaties, die niet eerder aan de Staten-Generaal zijn gemeld. Voor beleidsmatige mutaties is namelijk autorisatie vooraf noodzakelijk. De in de Slotwet opgenomen mutaties betreffen in beginsel slechts mutaties van boekhoudkundige aard, dan wel technische uitvoeringsmutaties, die al dan niet naar aanleiding van controlebevindingen doorgevoerd moeten worden. Autorisatie hiervan na afloop van een jaar (machtiging achteraf) is minder bezwaarlijk te achten. De Slotwet is uitsluitend bedoeld om laatstbedoelde mutaties te verwerken, zodanig dat per begrotingsartikel de raming aan de realisatie gelijk wordt gesteld.
    In dit verband valt te denken aan:

    • verlaging van het begrotingsbedrag om dat bedrag gelijk aan de realisatie te maken;

    • mutaties uit hoofde van loon- en prijsbijstelling aangebracht conform de uitgangspunten die de Minister van Financiën hanteert bij de toedeling;

    • desalderingen, die nodig zijn omdat ontvangsten niet in mindering van bezwaar mogen worden geboekt op de uitgaven;

    • overboekingen tussen artikelen of tussen begrotingen die voortvloeien uit een tijdens de begrotingsuitvoering gebleken noodzaak om verplichtingen en/of uitgaven elders te verantwoorden dan waar deze oorspronkelijk begroot waren bij gelijkblijvende beleidsuitgangspunten;

    • mineure kasverschuivingen die het gevolg zijn van een ander betalingstempo van lopende verplichtingen dan eerder geraamd;

    • de mutaties die het gevolg zijn van de controlebevindingen van de betrokken controle-instanties. (Bovenstaande ontleend aan de Memorie van toelichting bij de 4e wijziging Comptabiliteitswet 1976).

     
  11. Mochten er in de periode november tot en met december van het begrotingsjaar, nadat de 2e suppletoire begroting samenhangende met de Najaarsnota bij de Tweede Kamer en de Eerste Kamer is ingediend, nog beleidsmatige of (politiek relevante) mutaties optreden, dan dienen die mutaties zo spoedig mogelijk bij Nota van wijziging in de 2e suppletoire begroting te worden verwerkt. Mocht dat, gelet op de stand van de behandeling door de Tweede Kamer van die suppletoire begroting, niet meer mogelijk zijn, dan dienen die beleidsmatige mutaties zo spoedig mogelijk via de minister van Financiën aan de Tweede Kamer en de Eerste Kamer bij brief te worden gemeld. Op deze wijze wordt recht gedaan aan het budgetrecht van het Parlement. In die brief kan worden aangegeven dat deze beleidsmatige wijzigingen in de Slotwet worden verwerkt.

  12. In de begrotingstoelichting bij de Slotwet wordt afzonderlijk aandacht aan deze beleidsmatige mutaties besteed en wordt verwezen naar de eerder aan de Tweede Kamer en de Eerste Kamer gezonden brief.

  13. De Auditdienst Rijk toetst of de in het departementale jaarverslag verantwoorde verplichtingen en uitgaven rechtmatig zijn. Als criterium daarbij wordt onder meer gehanteerd of een verplichting of uitgave past binnen de vastgestelde begroting. Indien de auditdienst constateert dat na de 2e suppletoire begroting een verplichting is aangegaan of een uitgave is verricht die voortvloeit uit een beleidsmatige mutatie en daarover géén brief aan het Parlement is gestuurd, dan wordt die verplichting of uitgave aangemerkt als onrechtmatig. Indien dit leidt tot overschrijding van de rapporteringstolerantie, dient de minister daarover te rapporteren in de bedrijfsvoeringsparagraaf.